|
De
historische figuur: Nicolaas, bisschop van Myra (Klein Azië);
hij stierf op 6 december ca. 340 na Chr. Later werd hij vanwege
zijn goede daden heilig verklaard, hoewel hij nu van de heiligenkalender
is verdwenen. Ongeveer 200 jaar na zijn dood zijn er allerlei
legendes over zijn persoon en goede daden ontstaan. Zo zou
hij vele jongeren hebben geholpen, bijvoorbeeld door geld
te gooien in het huis van een gezin met nette doch arme dochters
die daardoor een bruidsschat kregen en fatsoenlijk konden
trouwen. Dit vinden we terug in het z.g.n. ingooien (van o.a.
pepernoten en snoepgoed (gouden muntjes van chocola)).
Ook de vrijers en vrijsters van speculaas en de suikeren harten
doen hieraan denken. In dit verband wordt het woord "goedheiligman"
verklaard: het komt van "goet-hylik man", wat "goed-huwelijks
man" betekent, d.w.z. de man die zorgt voor een goed
huwelijk.
Waar
Zwarte Piet uiteindelijk vandaan komt, is
moeilijker vast te stellen. Over zijn herkomst zijn vele theorieÎn.
Zo bestaat er bijvoorbeeld een verhaal over Piter, een Ethiopische
wees die als slaaf na zijn vrijlating uit dankbaarheid bij
de heilige Nicolaas in dienst is gebleven.
In
de 17e en de 18e eeuw was het mode bij de Europese elite om
Moorse pages als personeel te hebben. Italiaanse jongetjes
deden lange tijd hier dienst als schoorsteenvegers; ze kropen
door de rookkanalen voor hun werk, vandaar de roe om de schoorsteen
schoon te maken en de zak om het bijeengeveegde roet in te
verzamelen (zie ook het boek "Levende bezems" van
Lisa Tetzner).
SPANJE
Sint
Nicolaas komt beslist niet uit Spanje, maar was zoals eerder
gemeld bisschop van Myra. In mei 1087 hebben Italiaanse vereerders
van Sint Nicolaas zijn gebeente van Myra naar Bari in Italië
verplaatst. Bari in Italië was lange tijd in Spaanse
handen en wie weet, heeft men vroeger Italië met Spanje
verward.
STOOMBOOT
De
aankomst per stoomboot valt misschien te verklaren uit de
legende waarin Sint Nicolaas in nood verkerende zeelieden
op zee redt; sindsdien is hij ook patroon van de zeelieden.
Daarom hebben vele havensteden een Sint-Nicolaaskerk (Amsterdam,
Kampen, Harderwijk, Edam, Monnickendam enz.).
Sinds ca. de 13e eeuw is de viering van Sint Nicolaas in West-Europa
algemeen en is hij de meest aanbeden heilige en patroon ("Sinterklaas
patroontje" i.p.v. "Sinterklaas kapoentje"),
d.w.z. beschermer van scholieren, huwbare jeugd, kooplieden,
zeelieden, reizigers enz.
In
de middeleeuwen werd er vóór de feestdag (=sterfdag)
van de heilige Nicolaas van Myra (6 december) uit de arme
kinderen van een stad een kinderbisschop gekozen plus assistenten
(allen jongens). Deze kregen tot 28 december ("Onnozele
Kinderen") voedsel en geschenken, waaronder schoenen.
De overige kinderen kregen geld en een vrije dag op 6 december
feest te kunnen vieren. Het oudste bewijs hiervoor bij ons
is te vinden in een stadsrekening van Dordrecht uit 1360.
Later
gaat men alle arme kinderen trakteren, wat zich dan ontwikkelt
tot een algemeen volksgebruik, waarin schoeisel als vindplaats
van snoep en geschenken een grote rol gaat spelen. Sinds het
eind van de 15e eeuw werden er begin december sinterklaasmarkten
gehouden, die tot in de 19e eeuw traditie waren, hoewel er
veel weerstand was vanwege het rooms-katholieke aspect. In
de 17e eeuw is er zelfs een kinderopstand geweest tegen het
verbod van het sinterklaasfeest. De jeugd kreeg toen haar
zin, maar de sinterklaasmarkten op de openbare weg werden
uiteindelijk verboden. Het feest werd alleen in de huiselijke
kring gevierd als kinderfeest. In de 19e eeuw duikt de bisschop
weer in het openbaar op. In 1888 is er sprake van een sinterklaasintocht
in Venray. De eerste officiÎle intocht in Amsterdam
stamt uit 1934.
Van
lieverlede gingen ook volwassenen meedoen met het feest, vooral
in de opbloei-jaren na 1945.
DE
VIERING DOOR DE EEUWEN HEEN
Sinds
ca. de 13e eeuw is de viering van Sint Nicolaas in West-Europa
algemeen en is hij de meest aanbeden heilige en patroon ("Sinterklaas
patroontje" i.p.v. "Sinterklaas kapoentje"),
d.w.z. beschermer van scholieren, huwbare jeugd, kooplieden,
zeelieden, reizigers enz.
In de middeleeuwen werd er vóór de feestdag
(=sterfdag) van de heilige Nicolaas van Myra (6 december)
uit de arme kinderen van een stad een kinderbisschop gekozen
plus assistenten (allen jongens). Deze kregen tot 28 december
("Onnozele Kinderen") voedsel en geschenken, waaronder
schoenen. De overige kinderen kregen geld en een vrije dag
op 6 december feest te kunnen vieren. Het oudste bewijs hiervoor
bij ons is te vinden in een stadsrekening van Dordrecht uit
1360.

Later gaat men alle arme kinderen trakteren, wat zich dan
ontwikkelt tot een algemeen volksgebruik, waarin schoeisel
als vindplaats van snoep en geschenken een grote rol gaat
spelen. Sinds het eind van de 15e eeuw werden er begin december
sinterklaasmarkten gehouden, die tot in de 19e eeuw traditie
waren, hoewel er veel weerstand was vanwege het rooms-katholieke
aspect. In de 17e eeuw is er zelfs een kinderopstand geweest
tegen het verbod van het sinterklaasfeest. De jeugd kreeg
toen haar zin, maar de sinterklaasmarkten op de openbare weg
werden uiteindelijk verboden. Het feest werd alleen in de
huiselijke kring gevierd als kinderfeest. In de 19e eeuw duikt
de bisschop weer in het openbaar op. In 1888 is er sprake
van een sinterklaasintocht in Venray. De eerste officiele
intocht in Amsterdam stamt uit 1934.
Van
lieverlede gingen ook volwassenen meedoen met het feest, vooral
in de opbloei-jaren na 1945.
|